Tanja Visser Natuurdiëtist & Integraal Voedingstherapeut

Voel je goed: voed je goed!

Natuurlijke voeding en Mondgezondheid

Hieronder  vind je meer achtergrondinformatie over natuurlijke voeding en mondgezondheid, waaronder:

Artikel 1. Vitamine D voor een gezond gebit
Artikel 2. Negatieve gezondheidseffecten van kwik.

 

Artikel 1. Vitamine D voor een gezond gebit

Dat vitamine D belangrijk is voor de preventie van botontkalking is wel bekend. Minder bekend is de relatie tussen een tekort aan vitamine D en een verhoogd risico op kanker, diabetes type 1 en 2, infecties en vroeggeboorte, spierzwakte, depressie, schizofrenie, verergering van astma en gebitsproblemen (7-9, 11-17).

Vitamine D is één van de hoofdhormonen in de calcium-fosforhuishouding. Het reguleert de opname en inbouw van deze mineralen in de darmen, botten en spieren. Het is daarnaast een sleutelfactor in de afweer (5). Het stimuleert de afgifte van lichaamseigen antibiotische eiwitten, zoals defensine en cathelicidine. Deze eiwitten ondersteunen het lichaam bij het bestrijden van infecties met bacteriën, gisten, schimmels en virussen. Tenslotte is het betrokken bij de glucose(suiker)huishouding. Het optimaliseert de werking van insuline, waardoor glucose beter in de lichaamscellen wordt opgenomen en verbrand.

Vitamine D en het gebit

Maar wat is nu de link tussen vitamine D en de conditie van het gebit? 
Een aantal studies laat zien, dat een tekort aan vitamine D het risico op periodontitis verhoogt (27). Een tekort verhoogt de activiteit van RANK L, een stof die de activiteit van de osteoclasten stimuleert (22,23). Osteoclasten zijn de botafbrekende cellen in gewrichtsbotten en kaak. Een vitamine D-tekort vermindert de botdichtheid van de kaak (en andere gewrichten) (24).  Daarnaast vergroot een tekort de kans op uitval van tanden (30) en infecties van bijvoorbeeld het mondslijmvlies, tandvlees en kaakbot.

Cariës

Vitamine D helpt bij het remineraliseren van het gebit met calcium en fosfor. Daarnaast versterkt het de weerstand tegen bacteriën, zoals de Streptococcus mutans, een bacterie die in verband wordt gebracht met het ontstaan van cariës. Een relatie tussen vitamine D en cariës lijkt daarom logisch. In sommige studies wordt er een verband gezien tussen cariës bij kinderen en een tekort aan vitamine D (31-33). Andere studies tonen geen verband aan (26-28).

Kaaskiezen

Een tekort aan vitamine D speelt in ieder geval een rol bij het ontstaan van MIH: Molar Incisor Hypomineralization (34). Dit is een aandoening waarbij er defecten optreden in het glazuur van snijtanden en kiezen bij kinderen. Het glazuur wordt onvoldoende gemineraliseerd tijdens de ontwikkelingsfase van het gebit door een verstoorde functie van de ameloblasten, de glazuurproducerende cellen. Bij MIH zijn meestal de kiezen het meest aangedaan. Ze hebben geelbruine verkleuringen en worden daarom ook wel kaaskiezen genoemd. Kaaskiezen zijn gevoelig voor cariës en brokkelen sneller af door slijtage. Kou, warmte en zoetigheid geven vaak pijnklachten.

Gebitsimplantaten

Vitamine D blijkt een sleutelfactor te zijn in het verbeteren van de osseointegratie bij het plaatsen van een gebitsimplantaat (29, 35-37). Met osseointegratie wordt het proces bedoeld waarbij het tandheelkundig implantaat ingroeit in het bot. Bij een goede osseointegratie wordt het implantaat stevig verankerd in het kaakbot, zodat er zonder problemen grote (kauw)krachten op het implantaat kunnen worden uitgeoefend. Vitamine D geeft daarnaast bescherming tegen het optreden van infecties bij kaakbottransplantaties, onderdeel van het plaatsen van een gebitsimplantaat. Een goede vitamine D-voorziening vergroot waarschijnlijk hierdoor de kans op een geslaagde implantatie van een gebitsimplantaat.


Kortom: voldoende vitamine D verkleint het risico op cariës, MIH, infecties in de mond en kaakbotproblemen en vergroot de kans op het slagen van het plaatsen van een gebitsimplantaat.

Risicogroepen

Een vitamine D-tekort komt in Nederland veelvuldig voor. De schattingen lopen uiteen van 12-60% van de Nederlandse bevolking afhankelijk van welke streefwaarde wordt gehanteerd, welke leeftijdsgroep wordt onderzocht en in welk seizoen wordt gemeten. Zo werd in een onderzoek in 2013 onder 2500 Nederlanders tussen de 2-100 jaar in Den Haag, Zeeland en West-Brabant in de zomer en winter het vitamine D-gehalte in het bloed bepaald. 59% Van de deelnemers had in de winter een vitamine D-tekort, wanneer als streefwaarde een gehalte van 50 nmol/l of hoger werd aangehouden. 30% Had zelfs een ernstig vitamine D-tekort met een bloedwaarde van minder dan 30 nmol/liter. In de zomer daalde het percentage personen met een tekort, maar nog altijd had 35% een vitamine D-tekort met een bloedwaarde beneden de 50 nmol/l (en 12%  een bloedwaarde lager dan 30 nmol/liter)(38).
De volgende groepen lopen extra risico:
-kinderen tot 4 jaar
-mensen met een getinte huid
-vrouwen boven de 50 jaar en zwangeren
-mensen die hun huid bedekken of weinig buiten komen
-mensen die veelvuldig zonnebrandmiddelen gebruiken
-mannen boven de 70 jaar
-mensen met overgewicht
-mensen met de volgende aandoeningen: allergie, kanker, botontkalking, chronische lever- en nierziekten, schildklieraandoeningen, auto-immuunaandoeningen, zoals MS, Parkinson, reuma, Crohn, colitis ulcerosa, gingivitis, paradontitis, cariës en depressie
-mensen die bepaalde medicijnen gebruiken, zoals statines, anti-hormonen (b.v. Tamoxifen), corticosteroïden, schildklierhormonen en anti-epileptica.

Optimale vitamine D-waarde

Er is op dit moment veel discussie over wat een optimale vitamine D- waarde in het bloed zou moeten zijn. De Nederlandse Gezondheidsraad hanteert bij ouderen boven de 70 jaar ter voorkoming van botbreuken een streefwaarde van 50 nmol/liter of hoger. Voor andere groepen wordt een minimum van 30 nmol/l aangehouden. Dit terwijl in andere landen, zoals Amerika (50 nmol/l), België en Duitsland hogere waardes voor de hele bevolking worden aangehouden. Veel Nederlandse laboratoria houden tegenwoordig een streefwaarde aan van 50-150 nmol/l met een optimum van 75-80 nmol/l. Vitamine D-experts pleiten zelfs bij risicogroepen, zoals mensen met (een verhoogd risico op) kanker, hart- en vaatziekten en auto-immuunziekten voor een optimale waarde tussen de 100-150 nmol/l.

Meten is weten

Wil je weten of je voldoende vitamine D binnenkrijgt, laat dan het vitamine D-gehalte in het bloed controleren. Dit kan via je natuurdiëtist, (tand)arts of via diverse thuistests.
De kosten liggen rond de 25 euro (bloedafname+bepaling) en worden soms vergoed door de zorgverzekeraar. 
Is je waarde te laag, vraag dan advies aan je natuurdiëtist of (tand)arts. Deze kan u adviseren over de juiste dosering en vorm van een vitamine D-supplement. In olie opgeloste vitamine D3 is de best opneembare en meest actieve vorm van vitamine D.
Het is aan te bevelen om na 3 maanden gebruik van een vitamine D-supplement je vitamine D-gehalte opnieuw te laten controleren. Dit om te controleren of met deze dosering het vitamine D- gehalte op het juiste peil is gekomen.

Veiligheid en interacties

Heb je sarcoïdose of een hoge calcium- of parathormoonspiegel of nierstenen dan is extra voorzichtigheid geboden. Je mag dan geen hoge doseringen vitamine D innemen.

Sommige natuurdiëtisten hebben de ervaring, dat het gebruik van vitamine D bij mensen met chronische infectieziekten, zoals de ziekte van Lyme verergering van klachten kan geven. Daarnaast ervaren sommige mensen met een vataconstutitie, dat gebruik van hogere doseringen vitamine D sterke hongergevoelens en snoepdrang oproepen.

Verschillende medicijnen kunnen de behoefte aan vitamine D verhogen, zoals anti-epileptica, statines, corticosteroïden, cyclosporine, laxeermiddelen en steroïdhormonen, zoals de pil. 
Raadpleeg je arts of apotheker of het medicijn dat je gebruikt van invloed kan zijn op je vitamine D-status.


Referenties:

5. Liu PT, Stenger S, Li H, Wenzel L, Tan BH, Krutzik SR, Ochoa MT, Schauber J, Wu K, Meinken C, Kamen DL, Wagner M, Bals R, Steinmeyer A, Zügel U, Gallo RL, Eisenberg D, Hewison M, Hollis BW, Adams JS, Bloom BR, Modlin RL. « Toll-like receptor triggering of a vitamin D-mediated human antimicrobial response » Science. 2006 Mar 24;311(5768):1770-3 
7. Holick MF « Vitamin D deficiency ». N Engl J Med. 2007 Jul 19;357(3):266-81
8. Kennel KA, Drake MT, Hurley DL. « Vitamin D deficiency in adults: when to test and how to treat ». Mayo Clin Proc. 2010 Aug;85(8):752-7
9. Galesanu c, mocanu v. « Vitamin d deficiency and the clinical consequences » Rev med chir soc med nat iasi. 2015 apr-jun;119(2):310-8.
11. Grant WB, Holcik MF, & al. « Emphasizing the health benefits of vitamin D for those with neurodevelopmental disorders and intellectual disabilities ». Nutrients. 2015 Feb 27;7(3):1538-64
12. Garland CF1, Gorham ED, Mohr SB, Garland FC. « Vitamin D for cancer prevention: global perspective » Ann Epidemiol. 2009 Jul;19(7):468-8
13. Zhao Y, Chen C. & al. « Comparative efficacy of vitamin D status in reducing the risk of bladder cancer: A systematic review and network meta-analysis ». Nutrition. 2015 Dec 19. 
14. A Pilot Study: Association between Antidepressant Use and Implant Failure. 45th annual American Association for Dental Research conference. 2016 March 19  
15. Hyppönen E1, Läärä E, Reunanen A, Järvelin MR, Virtanen SM. « Intake of vitamin D and risk of type 1 diabetes: a birth-cohort study » Lancet. 2001 Nov 3;358(9292):1500-3.
16. Kuroda M1, Sakaue H1. « Role of vitamin D and calcium in obesity and type 2 diabetes » Clin Calcium. 2016 Mar;26(3):349-54
17. Mendy A1, Cohn RD2, Thorne PS3. « Endotoxin exposure, serum vitamin D, asthma and wheeze outcomes » Respir Med. 2016 May;114:61-6
22. Jones G. « Pharmacokinetics of vitamin D toxicity ». Am J Clin Nutr. 2008 Aug;88(2):582S-586S. 23. Holick MF, Chen TC. « Vitamin D deficiency: a worldwide problem with health consequences. » Am J Clin Nutr. 2008 Apr;87(4):1080S-6S.
24. Maier GS, Jakob P. « Vitamin D deficiency in orthopaedic patients: a single center analysis » Acta Orthop Belg. 2013 Oct;79(5):587-91.
26. Mart Kull & al. « Seasonal variance of 25-(OH) vitamin D in the general population of Estonia, a Northern European country » BMC Public Health. 2009; 9: 22.
27.  Joseph R & al. « Low levels of serum Vitamin D in chronic periodontitis patients with type 2 diabetes mellitus: A hospital-based cross-sectional clinical study ». Indian Soc Periodontol. 2015 Sep-Oct;19(5):501-6
28. Martelli FS, Martelli M & al. « Vitamin D: relevance in dental practice » Clin Cases Miner Bone Metab. 2014 Jan;11(1):15-9
29. Nakamichi Y, Takahashi N. « Current Topics on Vitamin D. The role of active forms of vitamin D in regulation of bone remodeling ». Clin Calcium. 2015 Mar;25(3):395-402
30. Zhan Y, Samietz S & al. « Prospective Study of Serum 25-hydroxy Vitamin D and Tooth Loss ». J Dent Res. 2014 May 14;93(7):639-644
31. Schroth RJ, Rabbani R & al. « Vitamin D and Dental Caries in Children ». Dent Res. 2016 Feb;95(2):173-9
32. Schroth RJ, Levi JA & al. « Vitamin D status of children with severe early childhood caries: a case-control study ». BMC Pediatr. 2013 Oct 25;13:174
33. Schroth RJ, Lavelle C & al. « Prenatal vitamin D and dental caries in infants ». Pediatrics. 2014 May;133(5):e1277-84
34. Kühnisch J, Thiering E & al. « Elevated serum 25(OH)-vitamin D levels are negatively correlated with molar-incisor hypomineralization ». J Dent Res. 2015 Feb;94(2):381-7
35. Dvorak G, Fügl A & al. « Impact of dietary vitamin D on osseointegration in the ovariectomized rat ». Clin Oral Implants Res. 2012 Nov;23(11):1308-13
36. Salomó-Coll O1, Maté-Sánchez de Val JE & al. « Topical applications of vitamin D on implant surface for bone-to-implant contact enhance: a pilot study in dogs part II » .Clin Oral Implants Res. 2015 Sep 30
37. Liu W, Zhang S & al. « Vitamin D supplementation enhances the fixation of titanium implants in chronic kidney disease mice ». PLoS One. 2014 Apr 21;9(4)
38. Boonman-de Winter L. et al, Hoge prevalentie van vitamine D deficiëntie in Zuidwest-Nederland, Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A8167
Geraadpleegde literatuur en websites:
Choukron J et al, Two Neglected Biological Risk Factors in Bone Grafting and Implantology: High Low-Density Lipoprotein Cholesterol and Low Serum Vitamin D, J Oral Implantol. 2014 Feb;40(1):110-4. doi: 10.1563/AAID-JOI-D-13-00062. Epub 2013 Oct 9.
Choukroun Elisa, Prévalence et conséquences de l’hypovitaminose D : pandémie à répercussions bucco-dentaires. Médecine humaine et pathologie. 2016. <dumas-01360202>
https://dumas.ccsd.cnrs.fr/dumas-01360202/document
https://www.gezondheidsraad.nl/nl/taak-werkwijze/werkterrein/gezonde-voeding/evaluatie-van-de-voedingsnormen-voor-vitamine-d
https://ods.od.nih.gov/factsheets/VitaminD-HealthProfessional/
https://en.wikipedia.org/wiki/Molar_Incisor_Hypomineralisation

 

Artikel 2. Negatieve gezondheidseffecten van kwik

Kwik is een in de natuur voorkomend element en wordt gevonden in de lucht, water, bodem en ons voedsel. Blootstelling aan zelfs kleine hoeveelheden kwik kan grote gezondheidsproblemen geven. Het heeft een zeer toxisch effect op veel organen en systemen, waaronder het zenuwstelsel, de hersenen, spijsvertering, het immuunsysteem, de schildklier, longen, nieren, huid, ogen en gewrichten. Kwik behoort volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie WHO tot de top 10 van chemische stoffen waar de gezondheid van de wereldbevolking tegen beschermd moet worden. In dit artikel lees je meer over hoe je contact met kwik zo veel mogelijk kunt vermijden. Daarnaast krijg je tips hoe je je lichaam kunt helpen om kwikresten af te voeren en uit te scheiden.

Kwikbronnen in het milieu

Kwik komt van nature voor in de aardkost. Het komt in het milieu vrij door vulkanische activiteit, verwering van rotsen en als resultaat van menselijke activiteiten. De meeste kwik komt vrij door het verbranden van kolen, industriële processen, afvalverbrandingsinstallaties en als gevolg van het delven van kwik, goud en andere metalen.

Vis

Wanneer kwik eenmaal in het milieu is terecht gekomen, wordt het door bacteriën omgezet in organisch kwik: methylkwik. Methylkwik hoopt zich op in b.v. vis en schaal- en schelpdieren. Roofvissen (bijvoorbeeld tonijn en haai) die andere vissen eten kunnen aanzienlijke hoeveelheden kwik bevatten, veel meer dan vissen die plankton eten. Kwikconcentraties in vis lopen erg uiteen en verschillen per soort en per individuele vis. Zo bevatten zalm en sardines minder dan 0.1 ppm (part per million) en haai, zwaardvis, tonijn en koningsmakreel tot meer dan 1 ppm. Dat betekent, dat een vismaaltijd van circa 100 gram vis enkele microgrammen tot meer dan 100 microgram kwik kan bevatten.

Amalgaam

Een belangrijke bron voor een kwikbelasting zijn amalgaamvullingen in het gebit. Amalgaam bestaat voor 50% uit kwik. In tegenstelling tot wat vroeger werd gedacht, geven amalgaamvullingen in het gebit voortdurend kwikdamp en -ionen af. Zo wordt geschat dat bij een persoon met enkele amalgaamvullingen in de mond minimaal 30, oplopend tot wel 125 mcg kwik per dag vrijkomt. Naast kwik bevatten amalgaamvullingen ook tin en zilver en soms zink en/of koper. Deze metalen kunnen de toxische belasting van het lichaam verder verhogen en de toxiciteit van kwik versterken. Hierdoor kunnen amalgaamvullingen in het gebit een grote negatieve invloed op de gezondheid uitoefenen.

Vaccins

In sommige vaccins wordt als conserveermiddel thimerosal gebruikt. Thimerosal bevat ethylkwik. Vaccins met thimerosal bevatten circa 12.5 tot 25 microgram ethylkwik per injectie. Omdat vaccins direct in de bloedbaan worden gespoten, wordt de kwikwerende barrière van het darmslijmvlies overgeslagen. Ethylkwik kan zo ongestoord via de bloedbaan door de rest van het lichaam worden verspreid en daar zijn schadelijke werking uitoefenen.

Glucose-fructosestroop

Glucose-fructosestroop (High Fructose Corn Sirop) is een veel gebruikt zoetmiddel bij het maken van frisdranken, sauzen, toetjes en snoep. Bij de bereiding van glucosefructosestroop uit mais wordt vaak gebruik gemaakt van natronloog. Natronloog wordt gemaakt met behulp van een procedé waarbij kwik wordt gebruikt. Hierdoor kunnen er resten kwik in de glucose-fructosestroop achterblijven. Zo vond de onderzoeker Renée Dufault in 2005 kwikgehaltes van 0.0005 tot 0.57 microgram kwik per gram glucose-fructosestroop. Hij rekende uit dat de gemiddelde Amerikaan die per dag circa 50 gram glucose-fructosestroop via voedsel en dranken consumeert, daarmee onbewust wel tot 28.5 microgram kwik kan binnenkrijgen (Institute for Agriculture and Trade Policy, 2009).

Risicogroepen

Of en de mate waarin schadelijke effecten van een belasting met kwik optreden zijn afhankelijk van o.a. het aantal amalgaamvullingen, belasting met andere toxines, de constitutie, genetische opmaak, algehele conditie en de ontgiftingscapaciteit van de darmen, lever en nieren van een persoon.
Beroepen waarin gewerkt wordt met kwik lopen extra risico om gezondheidsproblemen door een kwikbelasting te ontwikkelen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld werknemers in de mijnbouw, lassers, metaalbewerkers, tandartsen en tandartsassistenten. Zo heeft een gemiddelde tandarts 1000 keer meer kwik in de hypofyse dan een gemiddeld persoon (Nylander M. 1986). Daarnaast zijn bepaalde groepen mensen extra kwetsbaar voor de schadelijke effecten van kwik, zoals foetussen, baby’s, kinderen, bij een verminderde nier- of leverfunctie, mensen met een chemische overgevoeligheid en aandoeningen aan de hersenen of het zenuwstelsel, zoals MS, Parkinson en de ziekte van Lyme.

Klachten

Klachten die in verband worden gebracht met een kwikbelasting zijn o.a. vermoeidheid, emotionele instabiliteit, geheugenverlies, vergeetachtigheid, verminderde oplettendheid en concentratie, terugkerende of chronische infecties, metaalsmaak, tandvlees- en mondslijmvliesproblemen, chronische hoofdpijn, migraine, duizeligheid, oorsuizen of geluiden horen in de oren, coördinatieproblemen, bevingen, trillingen (tremoren), doof gevoel of tintelingen in de handen, voeten, lippen, oogleden en/of tong en verlammingen (paralysis).

Effecten van kwik

Kwikbestanddelen worden opgenomen via de luchtwegen, mond en darmslijmvliezen en migreren via het bloed door het hele lichaam. Het bindt zich aan moleculen en structuren die zwavel bevatten, zoals glutathion, cysteïne en de zwavelatomen in vitamine B1, biotine en liponzuur, diverse eiwitten, enzymen en celreceptoren. Daarnaast bindt het zich aan amino-stikstof-verbindingen, die o.a. voorkomen in het DNA. Plaatsen waarvan is aangetoond dat kwik zich ophoopt en zijn schadelijke werking uitoefent zijn de hersenen, zenuwen, rode bloedcellen, gewrichten, lever, (bij)nieren, milt, schildklier, de foetus en moedermelk.
In studies bij mensen en proefdieren is aangetoond, dat kwik neuro- en nefrotoxisch (schadelijk voor hersenen, zenuwen en nieren) is en diverse biochemische en immunologische processen kan verstoren. Hierdoor kunnen klachten, zoals vermoeidheid, geheugen- en concentratieproblemen, neurologische klachten, gedragsveranderingen, endocriene stoornissen, allergieën en auto-immuunprocessen manifest worden.
Kwik verandert de celmembraanpermeabiliteit (leaky celmembraan). Zo maakt kwik de bloed-hersenbarrière meer permeabel, waardoor alle toxines gemakkelijker vanuit het bloed de hersenen binnen kunnen dringen om daar hun schadelijke effecten uit te oefenen.
Het verandert de driedimensionale structuur van moleculen, waardoor deze niet meer goed hun functie kunnen uitoefenen, zoals bepaalde enzymen, eiwitten, hormonen e.d. Het bindt zich makkelijk aan moleculen met zwavelbruggen, zoals glutathion. Hierdoor wordt deze moleculen onwerkzaam. Glutathion is bijvoorbeeld nodig voor de ontgifting van zware metalen en andere toxines en het wegvangen van vrije radicalen (oxidatieve stress). Oxidatieve stress kan leiden tot beschadiging van allerlei organen en systemen, zoals de mitochondrieën: het energieproducerende systeem in alle lichaamscellen.
Het remt de werking van vele enzymen, waardoor de enzymreacties sterk vertraagd optreden. Voorbeelden zijn remming van acetylcholinesterase, waardoor er problemen in de prikkelgeleiding in het zenuwstelsel ontstaan. Het remt diverse enzymen betrokken bij de energieproductie, zoals succinicdehydrogenase, ATP-ase en glucose-6-fosfatase met vermoeidheidsklachten tot gevolg. Daarnaast verstoort het de werking van diverse spijsverteringsenzymen (amylase, lactase, maltase, lipase en DPPIV), waardoor er maag- en darmklachten en ontlastingsproblemen kunnen optreden.

Tips voor minder kwik

Door goed op te letten kun je zelf veel doen om minder kwik binnen te krijgen, zoals:
1. Kies de juiste vissoorten.
Eet maximaal 2x per week een portie vis. Kies de soorten die relatief arm zijn aan kwik, zoals wilde zalm, haring, makreel, sardines en platvis. Vermijd kwikrijke soorten, zoals tonijn, haai, koningsmakreel, steur, marlijn, zwaardvis en zoetwatervissen, zoals baars, snoek en paling.
2. Vermijd producten met glucose-fructosestroop.
Denk hierbij aan frisdranken, kant- en klare sauzen, zoals tomatenketchup en barbecuesaus, snoep, ijs, vla en pudding.
3. Vermijd zo veel mogelijk vaccins met thimerosal.
Vraag je (natuur)arts welke alternatieven zonder thimerosal er zijn om de weerstand van jezelf en je kind te verhogen.
4. Heb je amalgaamvullingen in je gebit pas dan op met kauwgom, hete dranken en zure producten.
Kauwgom kauwen, hete dranken en zure producten bevorderen het vrijkomen van kwik uit amalgaam. Gebruik liever weinig tot geen sterk zure dranken en voedingsmiddelen, zoals frisdrank, vruchtensap, citroen(sap), azijn en groenten uit het zuur, zoals augurken.
Drink koffie, thee en bouillon niet te heet.
Laat je tanden niet polijsten en gebruik tandpasta zonder whiteners, zodat er niet onnodig extra kwik uit je amalgaamvullingen vrijkomt.
5. Heb je gaatjes, vraag je (biologische) tandarts om een zo’n lichaamsvriendelijk mogelijke vulling zonder amalgaam.
6. Heb je amalgaamvullingen, overweeg dan om deze te laten vervangen door een zo’n lichaamsvriendelijk mogelijke andere vulling. 
Vraag hiervoor advies aan je (biologische) tandarts.
7. Wanneer je amalgaamvullingen laat verwijderen, laat dit dan zeer zorgvuldig verwijderen.

Laat dit in delen doen door een hierin gespecialiseerde (biologische) tandarts. Zo wordt er bij een zorgvuldige verwijdering gebruik gemaakt van een kofferdam en een zeer goede afzuiginstallatie om het vrijkomen van kwikdampen tot het absolute minimum te beperken. Wanneer amalgaam niet zeer zorgvuldig wordt verwijderd, kunnen de vrijgekomen kwikdampen grote gezondheidsschade aanrichten! Voor adressen van biologische tandartsen zie www.nvbt.nl.

Uitscheiding bevorderen

Gelukkig is het lichaam in staat om kleine hoeveelheden zware metalen, zoals kwik zelf onschadelijk te maken en af te voeren. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de mond, darmen, lever, nieren en de stof glutathion.

Glutathion als cellulaire ontgifter

De detoxificatie van kwik in alle lichaamscellen wordt gereguleerd door glutathion, glutathion-S-transferase en Multi Drug Resistent Proteins (MRP). Glutathion-S-transferase ontkoppelt kwik van het transporteiwit en koppelt deze aan glutathion. MRP transporteert het aan glutathion geconjungeerde zware metaal de cel uit. Bouwstenen voor de aanmaak van glutathion zijn cysteïne, glutamine, glycine en cofactoren selenium, vitamine B2, B3, B5, B6, B9 en B12, mangaan, magnesium en zwavel. De aanmaak van MRP wordt gestimuleerd door glutathion. De behoefte aan glutathion wordt verhoogd door een zware metalenbelasting, bestraling, cytostatica, paracetamol, alcohol en cafeïne bevattende producten.
Voor de ontgiftende werking van glutathion is het enzym glutathiontransferase nodig. De activiteit van dit enzym wordt gestimuleerd door kurkuma (curcumine), anijs, karwij, selderijzaad, daslook, koriander, komijn, dille, venkel(zaad), peterselie en munt (Craig 1999).


Enkele tips om de uitscheiding van kwik te bevorderen zijn:
1. Eet minimaal 500 gram biologische groenten en fruit per dag.
Biologische groenten en fruit zijn rijk aan anti-oxidanten en vezels. Anti-oxidanten beschermen het lichaam tegen de schadelijke effecten van kwik en ondersteunen de lever bij het afvoeren van kwikresten. Vezels uit groenten en fruit binden kwik in de darmen, zodat het via de ontlasting wordt uitgescheiden.
2. Kies voor volle granen en volkorenproducten.
Volle granen en volkorenproducten zijn rijk aan vezels die kwik in de darm binden en afvoeren. Bovendien zijn ze rijk aan nutriënten, zoals vitamine B, zink en selenium die de lever ondersteunen bij het afvoeren van zware metalen via de gal.
3. Drink minimaal 1 ½ liter bronwater, kruidenthee, bouillon en/of groentensap per dag.
Hierdoor kunnen de darmen en nieren gemakkelijker zware metalen afvoeren via de ontlasting en urine.
4. Eet dagelijks producten die de uitscheiding van kwik via de lever ondersteunen.
Voor het onschadelijke maken en afvoeren van kwik heeft de lever voldoende glutathion, zwavel, zink, selenium, vitamine B6, B12 en foliumzuur nodig. Deze nutriënten zijn nodig voor de fase 2 ontgifting van kwik via de glutathionconjungatie, methylering en sulfaatconjungatie. Daarnaast spelen ze een rol bij het ontgiften van kwik in de mond-, maag- en darmslijmvliezen.
Producten die de aanmaak van glutathion stimuleren zijn geelwortel, granaatappel, cottage cheese, kwark, wei-eiwit, asperges, watermeloen, walnoot, anijszaad, karwijzaad, selderijzaad, daslook, koriander, komijn, dille, venkel(zaad), peterselie en munt.
Rijk aan zwavel zijn ei, kwark, cottage cheese, ui, prei, knoflook en kool.
Selenium komt vooral voor in paranoten, knoflook, zeevis, volle granen en volkorenproducten.
Goede bronnen voor zink en vitamine B6 zijn noten, peulvruchten, vlees, vis en ei.
Foliumzuur komt voor in o.a. volle granen, volkorenproducten, groenten en fruit.
Goede vitamine B12-bronnen zijn ei, vlees, biologische lever, vis, kaas, kwark en cottage cheese.
Voor meer informatie over de leverontgifting, praktische tips en recepten zie mijn boek Energieherstelplan te bestellen via mijn webshop www.dieetcare-webshop.nl.
5. Vermijd koffie, zwarte thee, alcohol, roken, anticonceptiepil en paracetamol.
Deze producten moeten door de lever via de glutathionconjungatie en/of methylering worden afgebroken. Hierdoor wordt de lever overbelast en de afvoer van zware metalen geremd.
6. Vermoed je dat je een zware metalenbelasting heeft, vraag dan je natuurarts, natuurdiëtist of biologische tandarts om nader advies. 
Hij of zij kan je testen op een zware metalenbelasting en uw ontgiftingscapaciteit vaststellen. Daarnaast kan hij of zij adviseren welke voeding en supplementen je kunt gebruiken om je lichaam te ondersteunen bij het afvoeren van zware metalen en je te beschermen tegen de schadelijke effecten.

Meer informatie

Ik schreef samen met holistische tandarts Arnd Wolvetang een behandelprotocol en een brochure met praktische adviezen voor de detoxificatie van zware metalen, waaronder kwik. We hebben onze kennis en ervaringen als natuurdiëtist en holistische tandarts gebundeld en aangevuld met wetenschappelijke informatie over de gezondheidseffecten en ontgifting van zware metalen met voeding en supplementen. In het protocol en de brochure met praktische adviezen vind je meer informatie over de schadelijke effecten van zware metalen en hoe je dit kunt herkennen. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan onderzoeken die een belasting kunnen aantonen en het belang van een goede detoxificatie via de cellulaire stofwisseling, mond, darmen, lever en nieren. Er staan adviezen in voor het voorkomen en verminderen van een zware metalenbelasting met voeding en specifieke voedingssupplementen. Verder vind je informatie over het omgaan met een zware metalenbelasting door tandheelkundige materialen, waaronder amalgaamvullingen. Met veel wetenschappelijke referenties, praktische tips en recepten ter ondersteuning van de detoxificatie van zware metalen.
Je kunt beide brochures bestellen via mijn webshop www.dieetcare-webshop.nl.

Referenties:
Bartova J, et al Dental Amalgam as one of the risk factors in auto-immune diseases. Neuro Endocrinol Lett 2003, 24(1-2):221-228.
Craig, W., Health-promoting properties of common herbs, American Journal of Clinical Nutrition 70, 3 suppl., 491S-499S.
Decherf S et al, Disruption of thyroid hormone dependent hypothalamic setpoints by environmental contiminants. Mol Cell Endocrinol.2010 Jul 29;323(2):172-82.
Eggleston DW et al, Correlation of dental amalgam with mercury in brain tissue. J. Prost Dent. 1987 dec;58(6):704-707.
García-Niño WR et al. Protective effect of curcumin against heavy metals-induced liver damage. Food Chem Toxicol. 2014;69:182-201.
Grandjean P. et al,Maternal seafood diet, methylmercury exposure and neonatal neuralgic function. J Pediatr. May 2000;136(5):599-605.
Institute for Agriculture and Trade Policy, Report Not so Sweet: Missing Mercury and High Fructose Corn Syrup, 2009
Kawada J et al, Effects of organic and inorganic mercurials on thyroid functions.; J Pharmacobiodyn.1980 Mar 3(3): 149-59.
Nicolle L. et al, Biochemical Imbalances in Disease, Singing Dragon, 2010
Nishida M et al, Direct evidence for the presence of methylmercury bound in the thyroid and other organs obtaines from mice given methylmercury;differentiation of free and bound methylmercuries in biological material als determined by volatility of methylmercury.Chem Pharm Bull. (Tokyo) 1990 May;38(5):1412-3.
Nylander M. Letter: Mercury in pituitary glands of dentists. Lancet febr 8, 1986.
Pendergrass JC et al, mercury vapor inhalation inhibits binding of GTP to tubuline in rat brain: Similarity to a molecular lesion in Alzheimer’s disease brain. Neurotoxicology 1997;18(2):315-324.
Seeram NP et al, In vitro antiproliferative, apoptotic and anti-oxidant activities of punicalagin, ellagic acid and a total pomegranate tannin extract are enhanced in combination with other polyphenols as found in pomegranate juice, J. Nutr Biochem, 2005 jun;16(6):360-7.
Sudheesh S et al, Flavonoids from Punica granatum-potential antiperoxidative agents, Fitoterapia. 2005 Mar;76(2):181-6.
Sterzl I et al, Mercury and nickel allergy: risk factors in fatigue and auto-immunity. Neuro Endocrinol. Lett.1999;20(20, 3-4):221-228.
Summers A et al, mercury released from dental silver filling provokes an increase in mercury and antibiotic resistant bacteria in oral and intestinal flora of primates. Am Society of Microbiology. 1993 april;37(4);825-834.
Tan SW et al, The endocrine effects of mercury in humans and wildlife, Crit Rev Toxicol.2009;39(3):228-69.
http://www.who.int/ipcs/assessment/public_health/mercury/en/.